
Een hele stoet geesten, lijken en duistere figuren komt voorbij op ‘Timber Timbre’, de derde plaat van de gelijknamige groep uit Canada. In ‘Lay Down in the Tall Grass’ droomt zanger Taylor Kirk bijvoorbeeld dat een geliefde zijn halfvergane lichaam uit zijn graf opgraaft en mee naar huis neemt. In ‘Demon Host’ vraagt hij aan een pastoor of hij op diens oor mag kauwen en in ‘Trouble Comes Knocking’ dreigt het refrein ons herhaaldelijk: “Then things got real bad.” Dat alles is gebed in een geluid dat wat weg heeft van Bon Iver, maar meer nog van de oude soul waar Bon Iver ook door beïnvloed is. Jaren 1960 orgeltjes, gospelkoren en onvervalste bluesriffs leggen de minimale basis voor Kirks indrukwekkende stemgeluid, dat zich ergens tussen dat van Justin Vernon en Antony bevindt. De liedjes kruipen stuk voor stuk onder je huid en het is alleen het wat flauwe geflirt met horrorverhaaltjes dat een blijvende emotionele verbintenis in de weg staat. Wie zich echter over de tekstuele tekortkomingen heen kan zetten, heeft aan ‘Timber Timbre’ een huiveringwekkend meesterwerk voor de nakende donkere dagen.